Skûtsje van Woudsend

Dan komt er vanuit de Welle een Amsterdams sleepbootje met daarachter een skûtsje. Eén van de trotsen van het watersportdorp Woudsend. Het skûtsje is de ‘Klaas van der Meulen’, één van de veertien officiële wedstrijdskûtsjes van de Sintrale Kommisje skûtsjesilen. Die SKS werd opgericht in 1945. Maar het skûtsje is veel ouder. Op 6 november 1911 werd op de Drachtster scheepswerf ‘de Piip’ van Bouke Roorda begonnen met de bouw van een 45 tons skûtsje. Sjoerd Visser, de zoon van schipper Jouke Visser van Idskenhuizen, was de opdrachtgever. Op 31 januari 1912 werd het skûtsje afgeleverd voor de somma van 2975 gulden. Hij werd gedoopt als de ‘Soli Deo Gloria’. Sjoerd Visser voer er niet lang mee en verkocht het skûtsje aan zijn oomzegger, Piter Visser van Langweer. Die was getrouwd met Afke Wildschut uit Gaastmeer. 
 Zij voeren lang met het skûtsje. In het voorjaar de stront, het zand en grind, ‘s zomers hoofdzakelijk modder (terp-aarde) en in de herfst haalde ze aardappelen uit Groningen of Drenthe. Het skûtsje was toen groen gekleurd, de schepen van de Zuidwesthoek eigen. Na de oorlog voeren de Vissers, er waren drie dochters en twee zoons, met de opdrukker. Zoon Jetze is lang bij zijn vader aan boord gebleven. De uitgang van de roef was toen nog aan de zijkant, er waren achterin twee kooien en voorin sliep de rest. Het schip deed niet mee aan wedstrijden, die toentertijd nog door kasteleins in verschillende dorpen werden gehouden. Zoon Jetze heeft verteld dat ze altijd hard met lading en geen tijd hadden wedstrijden. ,,En het moet ook in je bloed zitten”, zei hij, ,,maar het zat niet in ons”. In 1952 werd het schip verkocht. Piter Visser ging aan de wal.
Zijn zoon Jetze kon het schip kopen voor 3000 gulden. Hij had het geld niet en hij werd matroos bij ander. Het schip werd verkocht aan Fekke Haringsma van Hemelum. Het schip verdween eerst naar Rinzumazijl en later naar Waterhuizen bij Delfzijl. Daar deed het dienst ais woonboot bij baggerwerken. Er zat een hele grote opbouw op, die tot en met de gangboorden liep. Het schip leek verloren. Tot Klaas van der Meulen kwam. Hij was één van de oprichters van de SKS. Hij had vele jaren voor zijn schoonvader gevaren met het Südwesthoekskûtsje, werd later schipper op Sneek, verkaste toen weer naar bet Südwesthoekskûtsje, toen het als commissieschip voer. Vertrok later naar Lemmer en had er in 1965 (of eigenlijk al in 1964) schoon genoeg van om voor commissies te varen. Hij kocht zelf een skûtsje, en koos de Sol Deo Gloria. Het werd de ‘Keimpe van de Meulen’, genoemd naar zijn vader. Omdat hij in Woudsend woonde zette hij een ‘W’ in het zeil en zorgde er later voor dat er in de SKS ook een wedstrijd bij Woudsend kwam. Hij zou zijn hele leven voor zichzelf blijven varen, het skûtsje was van de familie van der Meulen. 
Toen ze het skûtsje uit Groningen hadden opgehaald werd de bovenbouw afgebroken en op de helling van Yge Blom in Hindeloopen werd de woonboot weer een skûtsje. De roef werd ietwat kleiner gemaakt als eertijds, maar voor de rest zag het er weer mooi uit. Zelfs de roef was van binnen betimmerd. Klaas van der Meulen, die in 1945, 1947, 1951 en 1954 al kampioen was geworden met het skûtsje van zijn schoonvader, werd het eerste jaar zevende maar was de volgende drie jaren al derde. Dat zouden zijn hoogtepunten blijven. In de loop der jaren was de inhoud van de roef al eens op een slechte prestatiedag overboord verdwenen, en zo werd er wel eens wat meer veranderd. Tegenwoordig is alles aan regeltjes onderworpen, de roef is ook weer betimmerd. Het rampjaar was 1973 toen Klaas van de Meulen tijdens de zeilwedstrijd te Stavoren aan een hartaanval overleed. Zoon Keimpe nam in 1974 bet roer over van het skûtsje dat de zoons in hun vaders naam hadden herdoopt als de ‘Klaas van der Meulen’.
Zo heet het skûtsje nog altijd. Na een aantal jaren in de middenmoot te hebben gevaren zei de bemanning dat er wat diende te gebeuren, zodoende werd er begonnen met trainingen. Het succes kwam in bet begin van de tachtigerjaren. In 1981 werd bet skûtsje derde, in 1982 zelfs tweede. Echter in 1985 ging de titel voor het eerst naar de ‘Klaas van de Meulen’. Het werd een glorieuze intocht in het dorp, dat door duizenden werd bezocht. De gebroeders van der Meulen hebben afgesproken elk dertien jaar het helmhout ter hand te nemen en met dat eerst Teake en daarna Ype her roer overnamen werd het nog meer een Woudsender skûtsje, omdat zij ook in het dorp wonen. Teake van der Meulen zou nog twee keer kampioen van de SKS worden, in 1989, heel spannend, en 1991, met overtuigend gemak een straat voor op de rest. Maar het gaat ook wel eens minder, de tuigen zijn niet allemaal gelijk en even goed en geluk speelt soms ook een rol.
Toen Ype het schip overnam in 2000 is het schip doormidden gezaagd en verlengd tot de maximale SKS-maat, 19 meter 50. Hij heeft nog niet zoals zijn broers het kampioenschap geproefd, maar het zal hem ongetwijfeld een keer lukken. En dan zal opnieuw, net als de drie keren dat het wel lukte, een heel dorp een apart feest vieren. Het schip is inmiddels wel in een Stichting overgegaan, maar die Stichting wordt gevormd door de familie van der Meulen zelf. Het is het enige SKS skûtsje dat particulier bezit is, de rest wordt beheerd door stichtingen. Teake en Ype hebben samen met hun zoons een bagger- en overslagbedrijf in Woudsend. Niettemin is bet best moeilijk om de centjes aan elkaar te knopen. De verzekeringsmaatschappij Woudsend is langdurig een belangrijke sponsor geweest. Vijf jaar lang bestaat er nu ook een Woudsend sponsorgroep, bestaande uit de plaatselijke middenstand en particulieren. Johannes Kuipers en Leo Visser, twee Woudsenders die steeds belangrijk geweest zijn voor her skûtsje van de familie van der Meulen, nemen ook de sponsorgroep voor hun rekening. Tevens kan iedereen donateur worden van de Woudsender skûtsjescommissie, die de jaarlijkse wedstrijd in Woudsend organiseert.
Wil je de mannen van het Woudsender skûtsje eens een keer in actie zien? Kijk dan eens op donderdagavond op het Heegermeer of ga naar de SKS wedstrijden dit jaar.
 Jouw favoriet is dan natuurlijk de W.

 Eelke Lok